Menu

Herinneringen en levensverhaal

Vragen aan opa en oma: 40 vragen en een plan voor vier gesprekken

Begin met vragen over concrete momenten: het huis van vroeger, de eerste baan, een dag die alles veranderde. Hier staan 40 vragen in zes levensfasen. Het plan van vier gesprekken van 45 minuten is een eigen opzet, geen bronvoorschrift. Een verslag van het Nationaal Archief legt de toestemming vooraf vast 1.

Het belangrijkste in cijfers

  • Het Nationaal Archief beschrijft een interview waarin de toestemming eerst in een contract werd vastgelegd en de geïnterviewde op elk moment kon pauzeren (verslag van één interview, geen richtlijn voor families). 1
  • Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens zijn foto’s en filmpjes persoonsgegevens zodra mensen herkenbaar in beeld komen, en geldt de AVG. 2
  • Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens vallen foto’s en filmpjes die je in een zeer beperkte kring deelt, bijvoorbeeld een kleine appgroep met familie, onder de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik. 2
  • Het Nationaal Archief adviseert reservekopieën op twee verschillende locaties, bijvoorbeeld een kopie in de cloud en een op een externe harde schijf. 4

Welke vragen stel je aan opa en oma over vroeger?

Een goede vraag aan opa of oma is concreet en nodigt uit tot een verhaal. “Hoe was het vroeger?” is te groot. “Wat stond er op tafel als je thuiskwam uit school?” is klein genoeg om meteen een beeld op te roepen. Daarom zijn de vragen hieronder gerangschikt per levensfase, met bij elke fase drie vervolgvragen die je steeds kunt gebruiken.

De lijst is een eigen opzet en bevat veertig vragen. Je hoeft er niet alle veertig te stellen. Kies er per gesprek een paar uit en laat de rest liggen. De lijst staat naast de vijftien schrijfvragen in de gids Levensverhaal schrijven; die zijn bedoeld voor wie zijn eigen verhaal opschrijft.

Jeugd en thuis (7 vragen)

  1. Waar ben je geboren, en wie was erbij?
  2. Hoe zag het huis eruit waarin je opgroeide?
  3. Met wie deelde je een kamer?
  4. Wat speelde je als kind, en met wie?
  5. Wat at je op zondag?
  6. Welk geluid of welke geur uit je jeugd herinner je je nog?
  7. Wie was de belangrijkste persoon voor je toen je klein was?

Vervolgvragen voor deze fase: Hoe oud was je toen? Wat deed je daarna? Wat vond je daar het mooist aan?

School en vrienden (6 vragen)

  1. Hoe kwam je naar school?
  2. Welke juf of meester vergeet je nooit?
  3. Wat vond je het leukste en het moeilijkste vak?
  4. Wie was je beste vriend of vriendin?
  5. Wat deed je in de pauze?
  6. Wat wilde je later worden?

Vervolgvragen: Weet je nog hoe het rook of klonk? Wat gebeurde er daarna? Zie je die persoon nog?

Werk (7 vragen)

  1. Wat was je eerste baan, en hoe kwam je eraan?
  2. Hoeveel verdiende je met je eerste loon, en waaraan gaf je het uit?
  3. Hoe zag een gewone werkdag eruit?
  4. Welke collega herinner je je het best?
  5. Waar was je trots op?
  6. Wat zou je anders hebben gedaan?
  7. Hoe was het om te stoppen met werken?

Vervolgvragen: Wat leerde je daarvan? Wie hielp je? Wat zou je een jonger iemand adviseren?

Liefde en partner (6 vragen)

  1. Hoe heb je elkaar ontmoet?
  2. Wat was je eerste indruk?
  3. Waar gingen jullie naartoe op jullie eerste afspraak?
  4. Hoe vroeg je ten huwelijk, of hoe werd je gevraagd?
  5. Hoe zag jullie trouwdag eruit?
  6. Wat heeft jullie al die jaren bij elkaar gehouden?

Vervolgvragen: Wat herinner je je daar nog van? Wie was erbij? Hoe voelde dat?

Gezin en kinderen (7 vragen)

  1. Waar woonden jullie toen de kinderen klein waren?
  2. Hoe heb je de namen van je kinderen gekozen?
  3. Welke familietradities waren er in huis?
  4. Wat kookte je graag, en wat was het favoriete gerecht van de kinderen?
  5. Welke vakantie is je het best bijgebleven?
  6. Wat vond je het moeilijkste aan ouder zijn?
  7. Wat is iets wat je van je ouders hebt overgenomen?

Vervolgvragen: Wat deed je toen? Wie herinnert zich dat ook? Is daar een foto van?

Gebeurtenissen in de wereld (7 vragen)

  1. Welke gebeurtenis in Nederland of de wereld herinner je je het best?
  2. Waar was je toen, en met wie?
  3. Hoe hoorde je het nieuws?
  4. Wat veranderde er in je dagelijks leven door?
  5. Welke uitvinding veranderde jouw leven het meest?
  6. Hoe kwam je vroeger aan nieuws, muziek of films?
  7. Wat is het grootste verschil tussen toen en nu?

Vervolgvragen: Hoe ging je ermee om? Wat zeiden de mensen om je heen? Wat denk je er nu van?

Samen zijn dit 7 + 6 + 7 + 6 + 7 + 7 = 40 vragen.

Welke vragen passen bij kleinkinderen, volwassen kinderen en partners?

Wie vraagt, kiest ook welke vragen passen: een kleinkind, een volwassen kind en een partner stellen elk andere vragen. Dit overzicht is een eigen keuze en geen bronvoorschrift.

Wie kiest welke vragen
Wie vraagtKies vooral uitLet op
KleinkindJeugd en thuis, school en vrienden, gebeurtenissen in de wereld.Vraag naar beelden en geluiden.
Volwassen kindWerk, gezin en kinderen, liefde en partner.Je kent een deel van het verhaal al. Vraag dan juist naar wat je nog niet weet.
PartnerLiefde en partner, gezin en kinderen.Wees bereid om iets nieuws te horen over iets wat je dacht te kennen.

Een tip voor kleinkinderen: laat ze een voorwerp kiezen uit huis en vraag naar de herkomst. Dat kan het verhaal op gang brengen.

Hoe voer je het gesprek: plek, duur en tempo?

Kies een rustige plek waar opa of oma zich thuis voelt, meestal de eigen kamer of keuken. Zet de telefoon op stil. Plan niet te veel in één keer: dat is een eigen advies.

Het plan hieronder bestaat uit vier gesprekken van 45 minuten. Het rekent zo: 4 × 45 minuten = 180 minuten, ofwel drie uur. Elk gesprek heeft 5 minuten inleiding, 35 minuten vragen en 5 minuten afsluiting: 5 + 35 + 5 = 45. Kies per gesprek 8 vragen uit de lijst, dan is er ongeveer 4,4 minuten per vraag (35 : 8 = 4,375). Dat is een eigen opzet, geen norm.

Gespreksplan van vier sessies van 45 minuten (eigen opzet)
GesprekThemaInleidingVragenAfsluitingTotaal
1Jeugd en school5 minuten35 minuten5 minuten45 minuten
2Werk5 minuten35 minuten5 minuten45 minuten
3Liefde en gezin5 minuten35 minuten5 minuten45 minuten
4Wereld en terugblik5 minuten35 minuten5 minuten45 minuten

Eigen opzet. Bij 8 vragen per gesprek stel je samen 4 × 8 = 32 van de 40 vragen.

De opbouw van een gesprek van 45 minutenVier stappen: voorbereiden, inleiding, vragen, afsluiting.1VoorbereidenKies 8 vragen en legfoto’s klaar2Inleiding5 minuten: uitleggenwat je gaat doen3Vragen35 minuten: luisterenen doorvragen4Afsluiting5 minuten: bedanken enafspreken
Eigen opzet.

Luister meer dan je praat. Stel een vraag, wacht, en vraag dan pas door. Laat stiltes toe; soms komt er na een pauze nog een verhaal. Onderbreek niet om iets te corrigeren dat niet klopt; je kunt het later navragen bij iemand anders of in een foto.

Hoe leg je de antwoorden vast: schrijven, opnemen, foto’s?

Je hebt drie hulpmiddelen: je eigen aantekeningen, een opname en foto’s. Je kunt ze combineren. Begin met toestemming, ook binnen de familie. Het Nationaal Archief beschrijft een interview waarin de interviewster eerst de toestemming in een contract vastlegde en de geïnterviewde liet weten dat ze op elk moment kon pauzeren 1. Dat is het verslag van één interview van een archief, geen algemene richtlijn en niet bedoeld voor families, maar de gedachte is bruikbaar: leg vooraf uit wat je gaat doen en laat opa of oma altijd kunnen stoppen.

In hetzelfde verslag had de geïnterviewde vooraf zelf oude foto’s en documenten opgezocht, en werd afgesproken die ook te filmen; de gesproken tekst wordt volledig uitgeschreven en samen met de opname gearchiveerd 1. Voor thuis kun je daar dit van overnemen: vraag opa of oma vooraf foto’s of voorwerpen klaar te leggen, en schrijf de opname achteraf in grote lijnen uit.

Bewaar wat je vastlegt op een plek die je terugvindt. Het Nationaal Archief adviseert bestanden betekenisvolle namen met een datum in vaste volgorde te geven, bijvoorbeeld 2016_06_verjaardagJonas_01.jpg 4. Maak voor een opname een eigen map en bewaar daar ook de uitgeschreven tekst in. Bewaar reservekopieën op twee soorten opslagmedia en op twee locaties 4; de volledige bewaarlijst staat in Herinneringsboek maken.

Wat doe je als iemand niet wil of niet kan vertellen?

Niet iedereen wil vertellen, en niet elke dag lukt het even goed. Dwing niets af. Stop als het gesprek ongemakkelijk wordt, en vraag een andere keer opnieuw. Soms werkt een vraag over een foto of een voorwerp beter dan een vraag zonder aanleiding.

Kost het vertellen moeite, laat dan het voorwerp of de foto het werk doen en stel korte vragen die met één zin te beantwoorden zijn. Vul zelf niets in. Het gaat om wat opa of oma vertelt, niet om wat jij denkt dat er gebeurd is. Deze gids geeft geen gezondheidsadvies.

Mag je foto’s en filmpjes van het gesprek delen met de familie?

Over geluidsopnames is geen bron gelezen; de regels hieronder gaan over foto’s en filmpjes van het gesprek. Dit is geen juridisch advies.

Foto’s en filmpjes die je in een zeer beperkte kring deelt, bijvoorbeeld een kleine appgroep met familie, vallen onder de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik 2. Op een openbare pagina geldt die uitzondering niet en moeten de afgebeelde mensen meestal toestemming geven 2. Niemand mag zomaar persoonsgegevens van een ander op internet publiceren 3.

Daarnaast bestaat het portretrecht: de afgebeelde persoon kan publicatie verbieden, en je moet in veel gevallen toestemming vragen 5. Bij een portret zonder opdracht is openbaarmaking niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich ertegen verzet 6. De volledige uitleg staat in Herinneringsboek maken.

Een eenvoudige gewoonte: vraag opa of oma na het gesprek welke stukken je mag delen en met wie, en schrijf dat op.

Wat doe je met de antwoorden?

Vier gesprekken leveren veel materiaal. Je kunt er een vorm aan geven. Dat kan een korte tekst zijn per gesprek, of een boek. Hoe je daarvan een boek maakt, lees je in de gids Herinneringsboek maken. Wil je het als cadeau samenstellen met de hele familie, kijk dan bij Herinneringsboek voor opa en oma. En wil je de antwoorden in thema’s ordenen, dan helpt Levensboek maken.

Veelgestelde vragen

Welke leuke vragen kan ik aan opa en oma stellen?

Kies concrete vragen, zoals wat ze at op zondag, wat hun eerste baan was of hoe ze elkaar ontmoetten. De lijst van 40 vragen is een eigen opzet.

Hoeveel vragen stel ik per gesprek?

In het plan van deze gids acht vragen in 35 minuten, ongeveer 4,4 minuten per vraag. Dat is een eigen opzet en geen norm.

Hoe leg ik de antwoorden van opa en oma vast?

Met aantekeningen, een opname of foto’s. Vraag vooraf toestemming en laat opa of oma op elk moment kunnen stoppen, zoals een interviewster van het Nationaal Archief deed 1.

Mag ik een gesprek met opa en oma delen in de familie-app?

Een zeer beperkte kring, zoals een kleine appgroep met familie, valt onder de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik 2. Bij een openbare pagina geldt dat niet 2. Dat geldt voor foto’s en filmpjes; over geluidsopnames is geen bron gelezen.

Wat als opa of oma niet wil vertellen?

Stop en vraag het een andere keer opnieuw. Een foto of voorwerp kan helpen als aanleiding. Dwing niets af.

Hoe bewaar ik de opnames?

Geef bestanden duidelijke namen met een datum en maak kopieën op twee soorten opslagmedia en op twee locaties 4.

Kan ik de antwoorden later in een boek zetten?

Ja. De gids Herinneringsboek maken laat zien hoe je teksten en foto’s ordent. Chutex biedt daarnaast Memory aan, een dienst in voorbereiding.

Bronnen

  1. Interviewster vertelt over haar eerste gesprek, Nationaal Archief, Verhalenarchief. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Datum niet getoond. Praktijkverslag van één interview, geen algemene richtlijn.
  2. Beeldmateriaal, Autoriteit Persoonsgegevens, bijgewerkt 22 september 2026. Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. Persoonsgegevens op internet, Autoriteit Persoonsgegevens, bijgewerkt 26 februari 2025. Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  4. Eerste hulp bij digitaal archiveren voor particulieren, Nationaal Archief, versie juli 2017. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Ouder document; lees het als algemene werkwijze.
  5. Auteursrecht, Ondernemersplein, portaal van de Rijksoverheid. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Datum van laatste wijziging niet zichtbaar op de pagina.
  6. Auteurswet (BWBR0001886), artikel 21, wetten.overheid.nl, geldend vanaf 1 januari 2026. Geraadpleegd op 19 oktober 2026

Deze informatie vervangt niet het advies van een zorgverlener. Chutex-producten zijn geen medische hulpmiddelen; Elder is een persoonlijk beschermingsmiddel.

© CHUTEX SAS, Lyon, Frankrijk. Redactionele inhoud, geen reclame voor geneesmiddelen of medische diensten.