Het belangrijkste in cijfers
- Het Nationaal Archief beschrijft digitaal archiveren als selecteren, ordenen en beschrijven. 1
- Het Nationaal Archief noemt als bedreigingen voor digitale informatie onder meer veroudering van apparatuur en media, bitrot en gebrek aan overzicht. 1
- Het Nationaal Archief beschrijft dat foto’s en negatieven zeer gevoelig zijn voor zuren en vocht van handen; vingerafdrukken gaan er nooit meer af. 2
- Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens zijn foto’s met herkenbare personen persoonsgegevens; binnen een zeer beperkte kring geldt de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik. 3
Wat is een levensboek, en waarin verschilt het van een levensverhaal?
Een levensboek is in deze gids een boek over iemands leven dat je zelf per thema opbouwt, alleen of samen met familie. Het woord komt ook voor in zorgcontexten. Dat gebruik blijft hier buiten beschouwing, omdat daarvoor geen bron is gelezen.
Een Nederlandse bron die levensboek en levensverhaal tegenover elkaar zet, is niet gevonden. Daarom geldt hier een werkafspraak. Die is een eigen keuze en geen definitie.
- Levensverhaal
- Een lopend verhaal, vaak chronologisch, zie Levensverhaal schrijven.
- Levensboek
- Een boek per thema. Elk thema heeft een eigen pagina, met een korte tekst en een of twee foto’s.
- Herinneringsboek
- Een bredere term voor boeken met verhalen en foto’s over een persoon of familie, zie Herinneringsboek maken.
Het verschil is vooral praktisch. Bij een levensboek hoef je niet alles te vertellen of in volgorde te schrijven. Je kiest een thema, schrijft er een pagina over en gaat naar het volgende.
Welke thema’s horen erin?
Hieronder staan vijftien thema’s met een voorbeeldzin om mee te beginnen. De lijst is een eigen opzet. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken en je kunt thema’s toevoegen die bij jouw leven passen. Wil je liever per week een thema schrijven, zie dan het schema van tien weken in Levensverhaal schrijven; voor acht onderwerpen voor een cadeauboek, zie Herinneringsboek maken.
| Nr. | Thema | Voorbeeldzin om mee te beginnen |
|---|---|---|
| 1 | Geboorte en naam | Ik ben geboren in …, en mijn naam kreeg ik van … |
| 2 | Familie en voorouders | Mijn grootouders kwamen uit … |
| 3 | Het ouderlijk huis | In het huis waar ik opgroeide, stond de keukentafel … |
| 4 | Woonplaatsen | Ik heb in … gewoond, en daar herinner ik me vooral … |
| 5 | Kinderspelen en vriendjes | We speelden altijd … |
| 6 | School | Mijn eerste schooldag was … |
| 7 | Eerste liefde en verkering | Ik was … jaar toen ik voor het eerst … |
| 8 | Werk | Mijn eerste baan was … |
| 9 | Partner en trouwdag | Wij hebben elkaar ontmoet in … |
| 10 | Kinderen | Toen ons eerste kind werd geboren … |
| 11 | Vakanties en reizen | De mooiste reis die ik maakte was naar … |
| 12 | Hobby’s en passies | In mijn vrije tijd deed ik graag … |
| 13 | Feesten en tradities | Bij ons thuis vierden we kerst door … |
| 14 | Gebeurtenissen in de wereld | Wat ik me het best herinner van … is … |
| 15 | Wat ik wil doorgeven | Als ik één ding mag meegeven, dan is het … |
Eigen themalijst; er is geen bron voor dit aantal of deze indeling.
Per thema is een pagina met ongeveer 120 woorden en twee foto’s een bruikbare maat. Dat rekent zo: 15 thema’s × 120 woorden = 1.800 woorden, en 15 × 2 foto’s = 30 foto’s. Heb je minder tijd, dan kun je met 8 thema’s beginnen: 8 × 120 = 960 woorden en 8 × 2 = 16 foto’s. Beide maten zijn een eigen keuze.
Hoe maak je het stap voor stap, op papier of digitaal?
Je kunt een levensboek op papier maken, digitaal, of allebei. Het stappenplan hieronder werkt voor beide. Het is een eigen opzet.
- Kies je thema’s. Pak de lijst hierboven en streep door wat niet past. Voeg toe wat ontbreekt.
- Verzamel foto’s en voorwerpen. Leg per thema alvast de foto’s klaar. Weet je iets niet zeker, noteer dan wie het kan navragen.
- Schrijf per thema een korte tekst. Begin met de voorbeeldzin. Schrijf ongeveer 120 woorden en stop als het klaar is.
- Plaats de foto’s. Eén of twee per thema, met een bijschrift dat namen, plaats en jaar noemt.
- Laat iemand meelezen. Een ander kan fouten zien die jij mist, zoals een verkeerd jaartal of een verkeerde naam.
- Bewaar en deel. Maak kopieën en bepaal wie het boek mag zien.
Schrijf je vooral op papier, dan heb je een schrift of ringband nodig. Werk je digitaal, dan kun je per thema een document maken. Geef elk document een betekenisvolle naam met een datum in vaste volgorde, zoals het Nationaal Archief adviseert 1.
Wat zet je erin als je zelf niet veel schrijft?
Niet iedereen schrijft graag. Een levensboek hoeft geen lange teksten te bevatten. Je kunt met korte zinnen werken, met lijstjes, met bijschriften of met een gesproken verhaal dat iemand anders uitschrijft.
- Vul een thema met alleen een foto en een bijschrift van twee zinnen.
- Maak lijstjes: mijn vijf mooiste vakanties, mijn vijf lievelingsgerechten.
- Laat iemand anders vragen stellen en je antwoorden opschrijven; de gids Vragen aan opa en oma heeft veertig vragen en een gespreksplan.
- Gebruik voorwerpen: een kaartje, een bonnetje, een tekening, met een zin erbij.
Een levensboek mag onaf zijn. Een pagina die nog leeg is, nodigt uit om later aan te vullen.
Papier of digitaal: wat vraagt elk en wat zijn de risico’s?
Papier en digitaal hebben elk hun eigen risico’s bij het bewaren. Het Nationaal Archief noemt voor digitale informatie als bedreigingen onder meer veroudering van apparatuur en media, bitrot en gebrek aan overzicht; wie niet meer weet wat bewaard is of het niet terugvindt, is de informatie feitelijk kwijt 1. Voor foto’s op papier geldt dat ze zeer gevoelig zijn voor zuren en vocht van handen 2. Hieronder staat een eigen vergelijking, zonder merknamen, op basis van die bronnen.
| Papier | Digitaal | |
|---|---|---|
| Wat het vraagt | Een ringband of schrift, lijm of fotohoekjes, een droge plek. | Een apparaat, bestanden met duidelijke namen en een reservekopie. |
| Belangrijkste risico | Foto’s en negatieven zijn zeer gevoelig voor zuren en vocht van handen 2. | Veroudering van apparatuur en media, bitrot en gebrek aan overzicht 1. |
| Wat je doet om dat te beperken | Pak foto’s met nitril handschoenen of houd ze aan de randen vast 2. | Kopieën op twee soorten opslagmedia en op twee locaties; jaarlijkse controle 1. |
| Delen | Je geeft het boek door of laat een kopie maken. | Je stuurt een bestand; houd rekening met herkenbare personen op foto’s 3. |
Eigen vergelijking op basis van het Nationaal Archief; geen merken en geen prijzen.
De adviezen voor digitale bestanden komen uit een handleiding van juli 2017, dus lees ze als algemene werkwijze 1. Het Nationaal Archief adviseert reservekopieën op twee verschillende locaties en een jaarlijkse controle 1; de volledige bewaarlijst staat in Herinneringsboek maken.
Een eenvoudige combinatie: maak het boek op papier, maak er een scan of foto van elke pagina van en bewaar die bestanden volgens het advies hierboven.
Wie kan helpen met je levensboek?
Je hoeft het niet alleen te doen. Vraag een kind, kleinkind of vriend om mee te schrijven, mee te lezen of foto’s te scannen. Of er in jouw gemeente een bibliotheek of vrijwilligersorganisatie is die hulp biedt, is voor deze gids niet nagegaan; vraag het ter plekke.
Wie helpt, ziet het boek ontstaan. Spreek daarom vooraf af wie het boek mag lezen, wie het mag delen en wat er met de bestanden gebeurt.
Hoe bewaar en deel je het levensboek?
Foto’s met herkenbare personen zijn persoonsgegevens, en de AVG geldt 3. Foto’s en filmpjes die je privé houdt of in een zeer beperkte kring deelt, bijvoorbeeld een kleine appgroep met familie, vallen onder de uitzondering voor persoonlijk of huishoudelijk gebruik 3. Op een openbare pagina geldt die uitzondering niet 3; de volledige uitleg staat in Herinneringsboek maken.
Daarnaast bestaat het portretrecht: de afgebeelde persoon kan publicatie verbieden, dus je moet in veel gevallen toestemming vragen 4. Bij een portret zonder opdracht is openbaarmaking niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich ertegen verzet 5. Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen 5. Dit is geen juridisch advies.
Een heldere afspraak voorkomt discussie: bepaal wie het originele boek bewaart, wie de digitale kopie krijgt en wie de bestanden een keer per jaar controleert.
Wil je het boek uitbouwen tot een groter verhaal, lees dan Levensverhaal schrijven. Wil je er een cadeau van maken voor je ouders of grootouders, dan helpt Herinneringsboek voor opa en oma. Een lichtere vorm met voorwerpen en een brief is Tijdcapsule maken.
Veelgestelde vragen
Wat is een levensboek?
In deze gids een boek dat je per thema opbouwt, met een korte tekst en een of twee foto’s per onderwerp. Het is een werkafspraak, geen definitie uit een bron.
Hoe maak je een levensboek?
Kies thema’s, verzamel foto’s, schrijf per thema een korte tekst, plaats foto’s met bijschrift, laat iemand meelezen en bewaar het boek op meerdere plaatsen.
Welke thema’s horen in een levensboek?
De lijst heeft vijftien thema’s, van geboorte en familie tot wat je wilt doorgeven. Het is een eigen opzet; kies wat bij je past.
Kan ik een digitaal levensboek maken?
Ja. Geef bestanden duidelijke namen, maak kopieën op twee soorten media en op twee locaties en controleer ze minstens één keer per jaar 1.
Hoeveel woorden moet een levensboek hebben?
Daar is geen norm voor. In het model is dat ongeveer 120 woorden per thema, dus 1.800 woorden bij 15 thema’s.
Mag ik foto’s van anderen in mijn levensboek zetten?
Voor een boek in een zeer beperkte kring geldt de uitzondering voor persoonlijk gebruik 3. Bij verspreiding in een bredere kring is meestal toestemming nodig 3.
Kan ik een levensboek laten maken?
Ja, bijvoorbeeld door een familielid of vriend te vragen mee te schrijven. Over commerciële aanbieders zijn geen prijzen of voorwaarden gelezen, dus hier staat geen bedrag.
Is er een voorbeeld van een levensboek?
In deze gids staat een tabel met vijftien thema’s, elk met een voorbeeldzin om mee te beginnen. Het is een eigen opzet, geen voorbeeld uit een bron.
Kan ik een levensboek gratis of online maken?
Online of digitaal kan: geef bestanden duidelijke namen en maak reservekopieën 1. Voor aanbieders of gratis diensten zijn geen prijzen of voorwaarden gelezen, dus er staat er geen.
Bronnen
- Eerste hulp bij digitaal archiveren voor particulieren, Nationaal Archief, versie juli 2017. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Ouder document; lees het als algemene werkwijze.
- Omgaan met archiefstukken, Nationaal Archief. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Datum niet getoond; geschreven voor het archiefdepot, geen eis voor thuis.
- Beeldmateriaal, Autoriteit Persoonsgegevens, bijgewerkt 22 september 2026. Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- Auteursrecht, Ondernemersplein, portaal van de Rijksoverheid. Geraadpleegd op 19 oktober 2026. Datum van laatste wijziging niet zichtbaar op de pagina.
- Auteurswet (BWBR0001886), artikelen 1 en 21, wetten.overheid.nl, geldend vanaf 1 januari 2026. Geraadpleegd op 19 oktober 2026